Vroegere rechtsbijstand voor zedensslachtoffers: een goed idee met een weerbarstige praktijk

Geschreven door mw. mr. M. (Maartje) Schaap op 3 juli 2026

Slachtoffers van zedenmisdrijven hebben recht op rechtsbijstand, en dat recht bestaat al. De vraag die RTV Noord aan de orde stelt, is scherper: op welk moment in het proces krijgt een slachtoffer daadwerkelijk een advocaat naast zich, en wat betekent dat voor de kwaliteit van die bijstand? Het antwoord raakt direct aan fundamentele beginselen van slachtofferrechten en de inrichting van ons strafproces.

Wat de wet nu al biedt, en waar het wringt

Op grond van de Wet rechtsbijstand en het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand heeft een slachtoffer van een zedenmisdrijf recht op een pro-deo advocaat, gefinancierd door de overheid. Dat is geen gunst, maar een wettelijk verankerd recht. De praktijk laat echter zien dat dit recht pas laat wordt ingevuld: het slachtoffer doet eerst aangifte bij de politie, waarna rechtsbijstand in beeld komt.

Het probleem zit hem in de volgorde. Wie pas ná de eerste politieverhoren een advocaat krijgt toegewezen, heeft op dat moment al een verklaring afgelegd zonder juridische begeleiding. Die verklaring maakt vervolgens onderdeel uit van het strafdossier. Een advocaat die vroeg in beeld is, kan het slachtoffer voorbereiden op wat komen gaat, de rechten uitleggen en de verklaring juridisch zo sterk mogelijk maken.

Vroegere toevoeging: de juridische meerwaarde

Het Ministerie van Justitie en Veiligheid wil de nieuwe werkwijze, waarbij het slachtoffer eerder een advocaat krijgt toegewezen, landelijk uitrollen. Vanuit juridisch perspectief is dit logisch en wenselijk. De positie van het slachtoffer in het strafproces is de afgelopen decennia aanzienlijk versterkt, onder meer via de spreekrechten van artikel 51e van het Wetboek van Strafvordering en de mogelijkheid tot voeging als benadeelde partij op grond van artikel 51f Sv.

Toch blijft de praktijk achter bij de wet. Vroegere rechtsbijstand lost een structureel knelpunt op: het slachtoffer hoeft niet keer op keer hetzelfde relaas te doen tegenover verschillende instanties. Dat is niet alleen humaan, het is ook juridisch relevant. Inconsistenties tussen verklaringen kunnen in een strafzaak een rol spelen. Een advocaat die van meet af aan betrokken is, kan dat risico helpen beperken.

De Wet aanpak seksuele misdrijven: een gewijzigd bewijskader

Per 1 juli 2024 is de Wet aanpak seksuele misdrijven in werking getreden. Een van de meest ingrijpende wijzigingen is dat dwang niet langer bewezen hoeft te worden voor een veroordeling wegens verkrachting of aanranding. Het gaat voortaan om de vraag of sprake was van wederzijdse instemming.

Dit verlaagt de drempel voor aangifte, maar verplaatst tegelijk de bewijslast naar andere elementen. Het ontbreken van instemming moet aannemelijk worden gemaakt, en dat vereist ondersteunend bewijs: lichamelijk letsel, digitale communicatie, getuigenverklaringen. De advocaat speelt daarin een cruciale rol, juist in de vroege fase. Wie pas later in beeld komt, mist de kans om het slachtoffer tijdig te wijzen op het belang van het veiligstellen van dat bewijs.

Praktische obstakels: ICT, piket en financiering

Uit het artikel blijkt dat invoering van de nieuwe werkwijze in de regio Groningen voorlopig op zich laat wachten. De obstakels zijn concreet:

  • Er moet een nieuw ICT-systeem komen voor de koppeling tussen slachtoffers en beschikbare advocaten.
  • Een piketdienst is noodzakelijk voor beschikbaarheid buiten kantooruren.
  • De financiering is nog niet geregeld: meer advocaaturen betekenen hogere kosten voor de gesubsidieerde rechtsbijstand.
  • Er zijn voldoende gespecialiseerde slachtofferadvocaten nodig om het stelsel draaiende te houden.

Dit zijn geen onoverkomelijke bezwaren, maar het zijn wel reële drempels. Het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand staat al jaren onder druk. Als de overheid kiest voor vroegere en intensievere bijstand aan slachtoffers van zedenmisdrijven, moet daarvoor structureel budget worden vrijgemaakt. Een goede intentie zonder financiële dekking leidt tot een papieren recht.

De keuzevrijheid van het slachtoffer staat voorop

Eén nuance verdient aandacht: vroegere rechtsbijstand is een aanbod, geen verplichting. Slachtofferhulp Noord-Nederland stelt terecht dat niet ieder slachtoffer direct behoefte heeft aan een advocaat. Sommigen zoeken eerst emotionele steun, of willen zich richten op herstel voordat zij een strafrechtelijk traject ingaan. Dat is een legitieme keuze, die ook juridisch beschermd moet worden.

Het strafproces in zedenzaken duurt gemiddeld één tot anderhalf jaar vanaf aangifte tot zitting. Dat is een lange periode, zeker als de verdachte een bekende is van het slachtoffer, wat in ruim tachtig procent van de gevallen zo is. Slachtoffers verdienen in die periode begeleiding op hun eigen tempo, geen systeem dat hen versneld door procedures duwt. Vroegere rechtsbijstand moet die ruimte bieden.

De richting die het ministerie kiest, is juridisch verdedigbaar en sluit aan bij de versterkte positie van het slachtoffer in het strafproces. De uitvoering vereist structurele investering. Zolang die ontbreekt, blijft een wezenlijke verbetering van slachtofferrechtsbijstand in de praktijk een belofte die wacht op inlossing.

Contact?

Neem contact op voor deskundig advies

Een strafzaak vraagt om zorgvuldige afwegingen en helder inzicht. Ons team staat u bij met deskundig advies en persoonlijke aandacht voor uw situatie. Wij nemen de tijd om uw zaak te begrijpen en u duidelijk te informeren over de mogelijkheden.

info@maartjeschaapstrafrecht.nl

Stuur ons gerust een e-mail als je nog vragen hebt voor ons gesprek!

050 31 81 344

U kunt telefonisch contact met ons opnemen om uw wensen te bespreken.

Nieuwe Boteringestraat 5 - Groningen

Ons kantoor zit naast de rechtbank in hartje Groningen. Maak wel even een afspraak voor je langskomt.